eigen onderzoek

Dyslexie en executieve functies

Executieve functies zijn vaardigheden van ons brein om controle te houden over ons gedrag. Ze zouden onder andere een rol spelen bij kinderen met dyslexie. Maar welke rol spelen deze functies dan? En heeft dat gevolgen voor de dyslexiebehandeling?

Wat zijn executieve functies?

De term executieve functies wordt steeds vaker gebruikt. Het is een term die verwijst naar een set van cognitieve vaardigheden die belangrijk zijn bij het leren. Niet de specifieke vaardigheden zoals rekenen en taal staan centraal, maar juist de vaardigheden die je moet beheersen om rekenen en taal te leren. Executieve functies hebben te maken met leren leren. Voorbeelden van executieve functies zijn het werkgeheugen, de aandachtsconcentratie, de inhibitie, de metacognitie en de flexibiliteit. Er zijn verschillende boeken geschreven met informatie voor ouders en leerkrachten over executieve functies (bijvoorbeeld Dawson & Guare, 2009). Wat we onder andere weten van executieve functies, is dat we verschillende van deze vaardigheden kunnen onderscheiden, maar dat ze ook overlap vertonen. We kunnen functies zoals werkgeheugen, aandachtsconcentratie en inhibitie dus niet helemaal los van elkaar zien.

Stel je voor dat je een rekensom aan het uitrekenen bent, dan moet je de som even in je werkgeheugen vasthouden (werkgeheugen). Tegelijkertijd is het belangrijk dat je je aandacht concentreert op de som, en alles wat om je heen gebeurt even negeert (aandachtsconcentratie). Als je dit niet doet, zal je de som snel vergeten zijn. Moet je tegelijkertijd ook nog naar de wc, dan moet je je eerste reactie even onderdrukken totdat je de som hebt opgelost (inhibitie). Doe je dit niet en ren je snel naar de toiletten, dan wordt je aandacht door andere zaken getrokken en zal de som bovendien niet meer in je werkgeheugen zitten op het moment dat je terugkomt bij je tafeltje.

Voor nu even genoeg over wat executieve functies zijn. Later op dit blog meer inhoudelijke informatie over executieven functies.

Wat hebben executieve functies met dyslexie te maken?

Bij kinderen met dyslexie komt het regelmatig voor dat (enkele) executieve functies zwakker zijn dan bij andere kinderen. Meestal gaat het om een paar executieve functies die wat zwakker zijn, bijna nooit allemaal. En dit geldt niet voor alle dyslectische kinderen: er zijn ook kinderen met dyslexie die sterke executieve functies hebben. Maar het komt relatief vaak voor dat kinderen met lees- en spellingproblemen, ook problemen met executieve functies hebben. Het een veroorzaakt niet het ander, wel gaat het vaak samen.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de psychodiagnostische onderzoeken die gedaan werden bij dyslectische kinderen in een van mijn onderzoeken. Deze kinderen hadden allemaal ernstige dyslexie. Ze werden getest op lezen en spelling, en met allerlei tests voor executieve functies. Het bleek dat kinderen met een lager lees- en spellingniveau, over het algemeen ook lager scoorden op de tests voor executieve functies.

grafiek
Figuur 1 Vooruitgang in lezen en spelling 

Daarna zijn deze kinderen met ernstige dyslexie gedurende negen maanden gevolgd tijdens hun dyslexiebehandeling. Elke drie maanden werd getest hoe het lezen en spellen vooruit was gegaan. En wat bleek? De executieve functies hadden geen invloed op de vooruitgang tijdens de dyslexiebehandeling! Een schematische weergave van de vooruitgang van de kinderen is te zien in Figuur 1. Het verschil tussen de kinderen met sterke en zwakke executieve functies is duidelijk: kinderen met sterke executieve functies hebben bij de start van de behandeling over het algemeen een hoger lees- en spellingniveau. Je zou misschien verwachten dat kinderen met sterke executieve functies sneller kunnen leren. Dan zouden ze tijdens de behandeling waarschijnlijk sneller vooruitgaan met lezen en spelling. Maar dit was niet het geval: kinderen met sterke en zwakke executieve functies gingen even snel vooruit.

En nu?

Dus hoe sterk de executieve functies zijn, bepaalt niet hoe snel kinderen met dyslexie vooruit gaan met lezen en spelling in de dyslexiebehandeling. Dit duidt erop, dat het trainen van executieve functies bij kinderen met dyslexie niet helpt bij het behalen van een acceptabel niveau van lezen en spelling. Bij kinderen met dyslexie is het dus heel belangrijk om het lees- en spellingprobleem met een goed onderbouwde methode te behandelen. Dit is een methode:

  • waarin aandacht is voor de koppeling tussen (groepjes) lettertekens en klanken;
  • die de kennis die nodig is voor spelling op een gestructureerde wijze opbouwt;
  • en waarbij sprake is van intensieve oefening en herhaling.

Voor een uitgebreide beschrijving van een effectieve dyslexiebehandeling, zie het protocol dyslexie diagnostiek en behandeling (Nationaal Referentiecentrum Dyslexie, 2013). We hebben het trainen van executieve functies in dit onderzoek echter nog niet uitgeprobeerd bij kinderen met dyslexie. Daar heeft de volgende studie zich op gericht: welk effect heeft het trainen van het werkgeheugen op de de lees- en spellingresultaten tijdens een dyslexiebehandeling?

Het kan voor ouders en leerkrachten natuurlijk wel prettig zijn om te weten welke executieve functies zwak zijn, zodat ze daar bij de begeleiding van een kind rekening mee kunnen houden. Daarnaast kan het zo zijn dat een kind met dyslexie óók een andere ontwikkelingsstoornis heeft, zoals ADHD. Ook dan is het natuurlijk goed om vast te stellen van welke problemen er sprake is bij dit kind. Uit dit onderzoek mogen we daarom niet concluderen dat we helemaal geen aandacht hoeven te besteden aan de executieve functies van kinderen met dyslexie.

Verder lezen?

Dawson, P. & Guare, R. (2009). Slim maar… Help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken. Hogrefe

Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) (2013) Herziene versie protocol dyslexie diagnostiek en behandeling.

klik hier voor de link naar protocol diagnostiek en behandeling van dyslexie

Walda, S.A.E., Van Weerdenburg, M., Wijnants, M., & Bosman, A.M.T. (2014). Progress of reading and spelling of dyslexic children is not affected by executive functioning. Research in Developmental Disabilities, 35 (12), 3431-3454

klik hier voor de link naar het wetenschappelijke artikel

Met dank aan…

Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Radboud Universiteit (prof. dr. Anna Bosman, dr. Marjolijn van Weerdenburg en dr. Maarten Wijnants) en Braams & Partners (B&P). De deelnemers aan het onderzoek waren cliënten bij B&P. Zonder medewerking van de kinderen, ouders en collega’s van B&P had dit onderzoek niet kunnen plaatsvinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s