diagnostiek·lezen, spellen en dyslexie

Dyslexieverklaringen 

Sinds ze er zijn is er met enige regelmaat discussie over: dyslexieverklaringen. Waar hebben leerlingen met een verklaring recht op? Is het een reële compensatie voor een handicap of een handig hulpmiddeltje voor luie scholieren en studenten? Worden er niet veel te veel dyslexieverklaringen afgegeven? Is een dyslexieverklaring zomaar te verkrijgen, als je de rekening maar betaalt?

Dure dyslexiefraude

In de reportage van Rambam van 10 februari werd het gebruik van dyslexieverklaringen nog eens aan de kaak gesteld (voor de link naar de aflevering klik). Een van de verslaggevers liet zich testen op dyslexie door een gerenommeerd dyslexie-instituut, en bleek geen dyslexie te hebben. Vervolgens meldde dezelfde verslaggever zich bij verschillende “dyslexie-specialisten”, waar zonder al te veel omhaal dyslexie werd vastgesteld, en een verklaring werd afgegeven. Dyslexie werd hier vastgesteld in 12 minuten onderzoek, of zelfs zonder de persoon in kwestie gezien te hebben. Ook kon zonder problemen telefonisch een dyslexieverklaring verkregen worden voor een kind dat helemaal niet bestond. Uit interviews op een hogeschool bleek dat studenten makkelijk aan een dyslexieverklaring en de daarbij horende faciliteiten kunnen komen, ook als ze geen dyslexie hebben. Hoewel ik in mijn werk als orthopedagoog best wel eens een “grappende” ouder heb meegemaakt die er wat geld voor over had als ik bereid was om een dyslexieverklaring af te geven, was ik verbijsterd door deze berichten. Geen wonder dat er wantrouwen bestaat over de waarde van een dyslexieverklaring!

Waar heb je recht op met een dyslexieverklaring?

Wettelijk is vastgelegd dat leerlingen met een dyslexieverklaring extra tijd krijgen. Eventuele andere maatregelen moeten worden aangegeven in het onderzoeksverslag en moeten bij een centraal examen worden aangevraagd door de directie van de school. Voorbeelden van andere maatregelen zijn: een vergroot lettertype, examenopgaven in gesproken vorm en het gebruik van de computer als hulpmiddel bij schrijven of spellen. Wat een individuele leerling nodig heeft, is namelijk per leerling verschillend: de ene leerling is bijvoorbeeld gebaat bij een groot lettertype, terwijl de andere leerling het overzicht kwijtraakt bij een tafel vol met die grote papieren. Niet alleen de dyslexiespecialist, maar ook de directie van de school heeft hier dus een verantwoordelijkheid!

Een dyslexieverklaring is een document waar voor een groot deel standaard regelingen op staan, met een verwijzing naar de wetsartikelen. Om te bepalen wat een leerling echt nodig heeft, kan het bijbehorende onderzoeksverslag geraadpleegd worden. Daarin staan de persoonlijke resultaten van het dyslexie-onderzoek van de leerling, en de daarbij horende adviezen. Op basis hiervan kunnen ouders, leerlingen en de school samen kijken welke aanpassingen het best te realiseren zijn.

Eind januari kwam in het nieuws dat de mogelijkheid om een spellingcontrole te gebruiken bij de examens Nederlands en Engels kwam te vervallen voor dyslectische leerlingen (zie bijvoorbeeld NRC.nl van 29 januari klik). Inmiddels is dat besluit met een jaar uitgesteld, zodat de leerlingen die dit jaar eindexamen doen toch gebruik kunnen maken van de spellingcontrole. De rechten die horen bij een dyslexieverklaring staan vaker ter discussie. Los van die discussie ben ik van mening dat je leerlingen in ieder geval onder dezelfde condities moet toetsen als dat ze geoefend hebben. Dus als een dyslectische leerling gedurende zijn vmbo-carrière steeds gebruik heeft kunnen maken van spellingcontrole, dan moet hij dat bij zijn centraal examen ook kunnen. We vragen iemand die al jaren een bril draagt, bij een rij-examen ook niet om zijn bril af te zetten.

Kortom: aan een dyslexieverklaring alleen heb je eigenlijk niets als je geen dyslexie hebt. Juist het onderzoeksverslag geeft belangrijke aanknopingspunten, en je zult samen met de school goed uit moeten zoeken wat in jouw geval werkt. Daarbij is het tijdens je schoolcarrière belangrijk om te leren werken met de hulpmiddelen en te wennen aan de maatregelen.

Worden we steeds dyslectischer?

Een ander issue rondom dyslexieverklaringen, is de stijging van het aantal leerlingen met een dyslexieverklaring in de laatste jaren. In de eerder genoemde uitzending van Rambam werd gesproken over een stijging van 1,6% van alle scholieren in 2007 naar 16,5% in 2015. Dat is een fenomenale stijging die op het eerste gezicht niet reëel lijkt. Toch is deze stijging heel goed te begrijpen met het volgende in het achterhoofd:

Ten eerste trad in 2009 de vergoedingsregeling voor leerlingen met dyslexie in werking. Bestond er op de basisschool een sterk vermoeden van ernstige dyslexie, dan kon de leerling doorgestuurd worden naar een dyslexiespecialist voor onderzoek en behandeling. Voor die tijd werd onderzoek en behandeling van dyslexie niet tot nauwelijks vergoed. De kosten hiervan zijn hoog en er zijn veel ouders die dit niet uit eigen zak kunnen betalen. Het is dus logisch dat sinds 2009 het aantal gediagnosticeerde dyslectici gestegen is. Daarbij komt dat het dyslexieprotocol dat op de basisscholen werd uitgerold veel meer aandacht van de scholen kreeg dan voorheen. Let wel: dyslexie komt nog evenveel voor als voorheen, maar het wordt nu vaker gediagnosticeerd.

Ten tweede kun je je afvragen welke prevalentie van dyslexie realistisch zou zijn: bij welk percentage van de leerlingen zou dyslexie vastgesteld moeten worden? Dat is een lastige kwestie, omdat het vaststellen van dyslexie geen zwart-wit verhaal is. Er zijn leerlingen met ernstige dyslexie, matige dyslexie en lichte dyslexie. En waar ligt de grens tussen lichte dyslexie en geen dyslexie? In Nederland wordt het percentage leerlingen met ernstige dyslexie geschat op 3,6% (zie bijvoorbeeld protocol dyslexie diagnostiek en behandeling). Dit zijn de leerlingen bij wie dyslexiezorg vergoed wordt. Maar de leerlingen met matige en lichte dyslexie vallen hierbuiten. Deze leerlingen hebben echter wel recht op een dyslexieverklaring. Het percentage leerlingen met ernstige lees- en spellingproblemen wordt geschat op 9%. Internationaal variëren de percentages echter tussen de 2 en 10%. Zo bezien, is de waargenomen stijging van 1,6% naar 16,5% leerlingen met een dyslexieverklaring in ieder geval gedeeltelijk een inhaalslag van ondergediagnosticeerde dyslexie: leerlingen die wel hulp nodig hebben, maar voorheen niet gezien werden.

Dus: eerder werden niet alle leerlingen met dyslexie als zodanig gediagnosticeerd en de vergoedingsregeling van 2009 lijkt daar terecht verandering in te brengen. Toegegeven: het percentage uit 2015 ligt wel erg hoog. Het is heel goed denkbaar dat er leerlingen zijn bij wie een dyslexieverklaring te snel of zelfs onterecht is afgegeven. En dat heeft het programma Rambam terecht voor het voetlicht gebracht. Het wantrouwen jegens de betrouwbaarheid van dyslexieverklaringen dupeert de leerlingen die echt afhankelijk zijn van de aanpassingen om op het niveau van hun kunnen te presteren. Daarnaast worden de dyslexiespecialisten die wel verantwoord te werk gaan, gehinderd door “collegae” die het met de verantwoording van hun werk niet zo nauw nemen. De twee grootste beroepsverenigingen die betrokken zijn bij dyslexiespecialisten, NVO en NIP, melden dat tuchtrecht van toepassing is op hun leden. Of aanvullende maatregelen nodig zijn, wordt begin maart onderzocht in samenwerking met o.a. de ministeries van OCW en VWS (zie reactie van NVO en NIP).

Échte diagnostiek

Het vaststellen van dyslexie is geen kwestie van een paar testjes afnemen. Het uitschrijven van een dyslexieverklaring is voorbehouden aan (post) universitair opgeleide specialisten en dat is niet voor niets. Enkel de uitslag van de testen geeft niet voldoende informatie om een leerstoornis vast te stellen. Daarbij zijn ook zaken als voorinformatie, informatie over het huidige functioneren op school, en observatie van de testafname van zeer groot belang. Met name de observatie tijdens de testafname bepaalt hoe de uitslagen geïnterpreteerd moeten worden, bijvoorbeeld:

  • Het spellen van een zinnendictee gaat wel goed maar erg traag, en de leerling vraagt steeds om herhaling van de zin.
  • Het manipuleren van klanken (een van de tests bij dyslexie-onderzoek) kost buitensporig veel energie.
  • Bij (werk)geheugentaken komt de leerling tot een (krap) voldoende score, maar het blijkt dat hij/zij zich hiervoor strategieën eigen heeft gemaakt.
  • Het leesniveau wijkt sterk af van het leesniveau dat nodig is om de opleiding te volgen.

In al deze gevallen zijn er redenen om alert te zijn tijdens de testafname, en te zoeken naar mogelijke verklaringen. Dus niet zozeer het cognitieve niveau is van belang bij diagnostiek (hoewel dit wel bijdraagt aan een eventuele diagnose), maar vooral de kwaliteit van het leerproces. Deze informatie over het proces van het leren krijg je alleen boven water als je een ervaren diagnosticus bent, die niet alleen de standaard testafname feilloos in de vingers heeft, maar daarbovenop ook het leerproces kan analyseren en sociaal-emotionele en gedragsaspecten in de gaten kan houden.

Samenvattend: de issues rondom dyslexieverklaringen zijn niet in oneliners te vatten, hoewel de media daar dol op zijn. Er zijn een hoop nuances aan te brengen, en als niet-specialist is het ontzettend moeilijk om alle haken en ogen te zien. Toch zal het voor iedereen logisch zijn dat het papiertje alleen geen vrijbrief is voor onbeperkte maatregelen en vrijstellingen, zonder dit op de individuele situatie van de school en de leerling af te stemmen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s