cognitieve vaardigheden

Interventies voor het lange duurgeheugen

In een eerdere post is aan bod gekomen hoe het lange duurgeheugen werkt (Het lange duurgeheugen). In deze post ga ik verder in op wat je daar in de praktijk mee kunt. Wat kun je doen om het lange duurgeheugen optimaal te benutten bij leren? Welke factoren voor het lange duurgeheugen kunnen we beïnvloeden, om een verstoord leerproces op gang te helpen?

Bij het leren spelen twee soorten lange duurgeheugen een rol:

  1. het semantisch geheugen: het onthouden van expliciete herinneringen die niet zijn verbonden aan bepaalde ervaringen, zoals woordenschat en topografie;
  2. het geheugen voor procedures: het automatisch kunnen uitvoeren van bepaalde (reeksen) taken zonder daar bewust over na te denken, zoals fietsen en cijferen.

Strategieën voor het ondersteunen van het semantisch geheugen

De hersenen werken doordat hersencellen signaaltjes aan elkaar doorgeven. Voor verschillende typen binnenkomende signalen zijn er verschillende hersencellen. Dus wanneer kinderen naar een Sesamstraat-filmpje kijken met als centraal thema de letter C, worden de kleuren van de letters, de klank van de letter C, de vorm van de letter C etc. door verschillende hersencellen verwerkt. Bij Sesamstraat hebben ze goed begrepen dat, als je iets nieuws leert, je zo veel mogelijk typen input nodig hebt om het beter te onthouden.

Hoe kun je zoveel mogelijk hersencellen laten samenwerken? Je kunt zo veel mogelijk zintuigen laten samenwerken, dus het auditieve, visuele en tactiele combineren. Werk met verschillende kleuren, bewegende beelden, dingen die geluid maken en waaraan gevoeld kan worden. Ook het zelf uitspreken/nazeggen van dat wat geleerd moet worden kan helpen bij het onthouden. Wat dan extra werkt, is als het rijmt of in de vorm van een liedje gegoten is. Dat is het geval bij veel ezelsbruggetjes. Andere ezelsbruggetjes werken met afkortingen. Een voorbeeld van een ezelsbruggetje waarmee kinderen leren om /ng/ of /nk/ te schrijven is: “/ngk/ staat voor Niet Goed Kind”. Voor meer ezelsbruggetjes bij allerlei vakken zie www.ezelsbrug.nl.

Daarnaast kun je hersencellen goed laten samenwerken door gebruik te maken van verbindingen die al sterk zijn, ofwel: kennis die al vastligt in het geheugen. Vaak weten leerlingen al iets over het betreffende onderwerp. Het is goed om deze voorkennis dan te activeren voordat nieuwe kennis aangeboden wordt. De bedenkers van het Sesamstraat-filmpje hadden er dus nog beter aan gedaan om bijvoorbeeld ook woorden die beginnen met de letter /c/ te gebruiken, bijvoorbeeld clown, computer en circus. Bij deze woorden zijn ook makkelijk plaatjes te bedenken.

Soms is dat wat geleerd moet worden niet te koppelen aan voorkennis. In dat geval kan ook gebruik gemaakt worden van andere vertrouwde herinneringen, zoals bij de strategie van het geheugenpaleis. Van deze strategie heeft Klokhuis een goed fimpje gemaakt.

 

 

Afbeelding 1 bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tennis-mindmap.png Afbeelding 2: bron: https://flickr.com/photos/jeanlouis_zimmermann/3041505235

De meest belangrijke en meest effectieve manier om verschillende hersencellen te laten samenwerken, is echter een goed begrip van het onderwerp. Koppelen aan voorkennis en het gebruiken van zo veel mogelijk oefenmodaliteiten dragen daaraan bij. Maar ook het aanbieden van lesactiviteiten die tot een dieper begrip leiden is van belang. Bij veel onderwerpen kan geleerd worden door zelf te doen, te ervaren of te experimenteren. Soms kunnen leerlingen iets nieuws creëren op basis van de kennis die ze over het onderwerp hebben opgedaan. Voorbeelden van dit soort activiteiten zijn een verhaal schrijven, een prezi maken, een uitlegfilmpje ontwerpen, of een spreekbeurt voorbereiden. Extra waardevol zijn dit soort activiteiten, wanneer de leerling een ordening en/of rubricering van de kennis moet maken. Op die manier wordt de kennis nog dieper verwerkt. Een voorbeeld van zo’n activiteit is een mindmap maken. Zie afbeelding 1 en 2 voor voorbeelden van mindmaps. Deze activiteiten kunnen vanzelfsprekend gecombineerd worden: bijvoorbeeld eerst een mindmap maken en daarna een verhaal. Overigens vergen deze activiteiten die een beroep doen op het begrip van het onderwerp, behoorlijk wat hogere orde denkvaardigheden. Dit soort activiteiten zijn dus alleen geschikt wanneer de leerlingen al behoorlijk wat kennis hebben opgedaan over het onderwerp, en wanneer zij door de leerkracht goed ondersteund worden.

Strategieën voor het ondersteunen van het geheugen voor procedures

Moet je altijd een volledig begrip hebben, voordat goede verbindingen in de hersenen gelegd kunnen worden? Nee, tijdens het leerproces kan het heel goed werken om “drill and practice” toe te passen. Om bepaalde procedures te automatiseren (je kunt de procedure uitvoeren zonder erbij na te denken) en kennis te memoriseren (je kent direct het antwoord uit je hoofd), is het soms het best om “gewoon” heel veel te oefenen. Tijdens het oefenen heb je steeds minder aandacht nodig voor de procedure zelf, zodat je steeds meer aandacht over hebt voor het begrip. Betrek het begrip wel steeds bij “drill and practice” oefeningen, zodat leerlingen weten dat er een reden is voor de stappen die genomen moeten worden. Leerlingen hoeven dat begrip echter nog niet volledig te beheersen voordat zij aan het oefenen slaan.

Bij het leren van procedures is het heel belangrijk om meerdere keren kort te oefenen dan hele lange sessies te plannen. De kennis blijft beter hangen als er pauzes in de oefenmomenten zitten. Aan de andere kant, als je te lang niet oefent, ben je het kwijt.  Hier is planning dus erg belangrijk. Er moeten meerdere korte oefenmomenten gepland worden, en die momenten moeten plaatsvinden voordat de kennis vervaagd is uit het geheugen. Naarmate meer oefenmomenten hebben plaatsgevonden, blijft de kennis langer in het geheugen beschikbaar en kan de tijd tussen verschillende oefenmomenten dus iets langer gemaakt worden.

Voorwaarden voor een goed lange duurgeheugen

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat slapen essentieel is voor de werking van het geheugen: het helpt bij het vastleggen van informatie die nog maar tijdelijk is opgeslagen. Daarnaast gaat het het proces van het verlies van herinneringen tegen. Het heeft dus weinig zin om een hele nacht door te blokken. Een student doet er beter aan om een kortere tijd intensief te leren, en daarna een poosje te slapen.

De reden dat studenten een hele nacht doorblokken, heeft met iets anders te maken: planning en metacognitie. Deze en andere executieve functies (werkgeheugen, aandachtsconcentratie, etc.) zijn van groot belang om het leren te kunnen laten plaatsvinden. Het zijn functies die het leren en dus het lange duurgeheugen ondersteunen. Leerlingen bij wie deze functies niet sterk zijn, zullen ook moeite hebben met het opslaan van informatie in het lange duurgeheugen. In de vorige post schreef ik over Werkgeheugen interventies in de praktijk. Naast deze interventies kan ook gebruik gemaakt worden van programma’s om de executieve functies te verbeteren. Neem dan liefst een programma waarin de nieuwe vaardigheden direct gekoppeld worden aan de situatie in de klas. Een voorbeeld van zo’n programma is Beter Bij de Les (zie van der Donk et al., 2016).

Lukt het niet?

Een klein gedeelte van de leerlingen houdt, ook met extra ondersteuning, problemen met het opslaan van kennis in het lange duurgeheugen. Op dat moment kunnen compenserende en dispenserende maatregelen genomen worden. Bij compenserende maatregelen zorg je dat de leerling het met een steuntje in de rug toch kan. Voorbeelden van compenserende maatregelen zijn een maatje, een tafelkaart, of een opzoekboekje (zie bijvoorbeeld http://www.opzoekboekje.nl). Dispenserende maatregelen bestaan uit maatregelen waarbij de leerling een gedeelte van de stof niet aangeboden krijgt. Een voorbeeld van zo’n maatregel is een eigen rekenleerlijn. Welke maatregel je ook neemt, zorg dat de leerling zo zelfstandig mogelijk zijn werk kan maken. Op die manier breng je kinderen zelfredzaamheid bij.

In het kort: wat kun je doen om het lange duurgeheugen van leerlingen te ondersteunen?

  • sluit aan bij voorkennis;
  • maak gebruik van zo veel mogelijk modaliteiten, zintuigen;
  • koppel ervaringen aan de kennis die geleerd moet worden;
  • geef ook opdrachten waarbij het onderliggende begrip gestimuleerd wordt in plaats van alleen “kale” herhaalopdrachten;
  • geef opdrachten waarbij de leerling de kennis zelf moet ordenen/rubriceren wanneer de leerling al een behoorlijke basis aan kennis heeft opgedaan;
  • bij kennis die moet automatiseren/memoriseren vaak en kort oefenen;
  • als het echt niet gaat, neem dan compenserende en/of dispenserende maatregelen.

 

Meer weten?

Het Klokhuis ft. Lucas Hamming (2016). Snapje? Geheugenpaleis. Gedownload van https://www.youtube.com/watch?v=gQEeHxK4fVE op 1 juli 2016

MNAvdb (n.d.). Sesamstraat – Gevonden voorwerpen – Letter C. Gedownload van https://www.youtube.com/channel/UCHomsB9JlhGqJYLyXvF1sFA op 1 juli 2016.

Van der Donk et al. (2016). Beter bij de les. Training in executieve functies. Houten: Lannoo Campus

www.ezelsbrug.nl

www.opzoekboekje.nl

 

 

 

Een gedachte over “Interventies voor het lange duurgeheugen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s