cognitieve vaardigheden·rekenen en dyscalculie

Leren (bege)leiden (II)

Waar je ook zit in het onderwijs: in min of meerdere mate heb je altijd een begeleidende rol en geef je dus leiding aan het leren. Of dat nu het leren van leerlingen, studenten, stagiaires, collega’s of zelfs je eigen leren is. In mijn dagelijkse werk ben ik daarvan op verschillende plekken een paar heel mooie voorbeelden tegengekomen, die ik de komende weken op mijn blog zal delen. Vandaag deel II, met een voorbeeld uit de praktijk waarin ontzettend waardevolle voorwaarden voor het leren zijn verwerkt.

Een actieve rekenles

Eind vorig jaar kwam in het nieuws dat kinderen al springend, beter leren rekenen. Het bewegen tijdens de rekenles zou niet alleen goed zijn voor de fysieke ontwikkeling van leerlingen, maar ook om cognitief sterker te worden (zie bijvoorbeeld deze uitzending van rtl nieuws). Het is een aantrekkelijke gedachte, maar het lijkt erop dat de eerste onderzoeksresultaten voorzichtig geïnterpreteerd moeten worden. Uit de Engelstalige onderzoekspublicatie van de onderzoeksgroep uit Groningen blijkt dat de eerste pilotstudies in groep 4 en 5 wisselende resultaten opleverden. In groep 5 werd een effect gevonden van bewegen tijdens de rekenles: deze kinderen hadden inderdaad iets betere resultaten behaald voor rekenen dan de kinderen die het beweeg-programma niet volgden (maar ook voor taal). Maar in groep 4 scoorden “de bewegers” lager dan de groep die niet bewogen had (Mullender-Wijnsma, Hartman, de Greeff, Bosker, Doolaard, & Visscher, 2015).

Toch kan zo’n actieve rekenles een hoop bijdragen, denk ik. Wel moet je je doel goed voor ogen houden, namelijk: cognitieve groei. Vanuit onderzoek is al een hoop bekend over wat er nodig is om cognitief leren te laten plaatsvinden. Een actieve rekenles zou daarmee dus voldoende rekening moeten houden. Een mooi voorbeeld uit de praktijk is de manier van meester Douwe Sikkes. Hij vult de automatiseringsoefeningen in de klas in met een balspel, dat voldoet aan een paar belangrijke voorwaarden om te leren. Het blinkt uit in eenvoud, maar slaagt alleen als je echt bedreven bent. De leerlingen zitten of staan aan de tafels, die helemaal opgeruimd zijn. De leerkracht zegt een som en gooit na 1 seconde de bal naar een van de leerlingen. De betreffende leerling noemt het antwoord en gooit de bal terug. Wat maakt deze manier zo effectief?

  • De bal wordt pas gegooid, nadat de som is gezegd. Dat betekent dat alle leerlingen het antwoord moeten bedenken, want ze weten nog niet bij wie de bal terecht zal komen.
  • De leerling zegt direct nadat hij de bal heeft gevangen, het antwoord. Dit draagt bij aan het memoriseren van de som: niet te lang nadenken.
  • Voorwaarde hiervoor is natuurlijk dat de som niet te moeilijk is voor de leerling. Door adaptief te werken, dus een som uit te kiezen die bij deze leerling past, kan dit bereikt worden. Dit vraagt een hoop inzicht en vaardigheden van de leerkracht! Mocht de leerling de som toch niet weten, dan gewoon zeggen en de bal teruggooien naar de leerkracht, die vervolgens het goede antwoord geeft.
  • Op het moment dat de leerling het goede antwoord noemt, wordt de koppeling tussen het goede antwoord en de som bij alle leerlingen sterker gememoriseerd. Het is dus een leermoment voor alle leerlingen van de klas. Des te belangrijker dat alleen goede antwoorden worden gegeven, en dat antwoorden worden voorgezegd door de leerkracht wanneer de som te moeilijk was.
  • Het is aan de leerkracht om een type sommen te kiezen die passend is bij het leerstofaanbod dat op dat moment centraal staat bij het rekenen. Liefst een bepaald type sommen in een sessie; niet verschillende typen door elkaar. En vaste stappen om tot een antwoord te komen. Zie voor suggesties Van der Leeuw (2009) en Milikowski (2009).
  • Voor een optimale leerwinst wordt kort en vaak geoefend.
  • Voor de leerlingen is het een speelse manier van oefenen, die de aandacht trekt en voorkomt dat deze wegzakt.

Daarnaast is het belangrijk om te bedenken dat een rekenles niet alleen maar bestaat uit het automatiseren en memoriseren van sommen. Voorwaarde voor deze processen is dat het type sommen begrepen wordt, en dat de sommen worden ingebed in de leerlijn, waarin ook toepassing van de rekenvaardigheden een rol zal spelen.

Deze methode kan zeker ook in een-op-een situaties gebruikt worden. Het voordeel van de leerwinst voor de hele klas gaat dan natuurlijk niet op, maar de principes van adaptiviteit en het nooit memoriseren van foute antwoorden blijven!

Naast het feit dat deze methode goed onderbouwd kan worden met principes die belangrijk zijn voor het leren, heeft het zich in de praktijk goed bewezen. Zie bijvoorbeeld het volgende praktijkonderzoek, waarin forse achterstanden bij vijf leerlingen weggewerkt, en bij twee leerlingen grotendeels ingelopen werden. De conclusie van dit onderzoek luidt:

Dit praktijkonderzoek heeft laten zien dat het mogelijk is om elementaire rekenkennis van basisschoolleerlingen in korte tijd substantieel te verbeteren door gebruik te maken van de principes van de methodiek ‘Zo leer je kinderen rekenen’. (Van der Leeuw & Bosman, 2011, 32-41)

Mocht je de methode in de klas willen inzetten of willen gebruiken in je individuele begeleiding, raadpleeg dan de methode “Zo leer je kinderen rekenen” (http://www.zoleerjekinderenrekenen.nl). Of je nu deze of een andere methode gebruikt om rekenopgaven te memoriseren: wees je dan steeds bewust van hoe je handelen leidt tot het gewenste resultaat.

Verder lezen?

Milikowski, M. (2009). Sommen oefenen met de bal. Balans Magazine, februari 2009, 18-19 (klik hier voor de link)

Mullender-Wijnsma, H.J., Hartman, E., de Greeff, J.W., Bosker, R.J., Doolaard, S., & Visscher, C. (2015). Improving Academic Performance of School-Age Children by Physical Activity in the Classroom: 1-Year Program Evaluation, Journal of School Health, 85 (6), 365-371

Van der Leeuw, L. (2009). Rekenen volgens Sikkes. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 48, 211-214  (klik hier voor de link)

Van der Leeuw, L. & Bosman, A. (2011). Zo leer je kinderen rekenen. Verslag van een praktijkonderzoek. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 50, 32-41 (klik hier voor de link)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s