cognitieve vaardigheden

Leren (bege)leiden (III)

Waar je ook zit in het onderwijs: in min of meerdere mate heb je altijd een begeleidende rol en geef je dus leiding aan het leren. Of dat nu het leren van leerlingen, studenten, stagiaires, collega’s of zelfs je eigen leren is. In mijn dagelijkse werk ben ik daarvan op verschillende plekken een paar heel mooie voorbeelden tegengekomen, die ik de komende weken op mijn blog zal delen. Vandaag deel III over hoe je een bepaalde taak het best kunt aanleren.

Zelfinstructie

De zelfinstructie is een heel krachtige manier om leerlingen te leren om hun eigen leerproces te sturen. Het is niet bedoeld voor het leren van een nieuwe taak, maar voor leerlingen die de afzonderlijke stapjes van een taak al wel kunnen. Punt is vaak dat ze niet weten hoe hiermee aan de slag te gaan. Dit kan te maken hebben met een zwakke meta-cognitie.

Zelfinstructie is iets wat iedereen doet bij het uitvoeren van een complexe taak. Als je een sterke meta-cognitie hebt, voer je vanzelf de stapjes uit die je nodig hebt om tot een goed resultaat te komen. Meestal voer je die stapjes uit met behulp van innerlijke spraak: in je omgeving merkt niemand daar iets van. Maar er zijn ook situaties waarin die innerlijke spraak wat meer naar de oppervlakte komt. Bijvoorbeeld als je met een klusje start en zegt: “Even zien…”, of als je in de supermarkt bijna hardop denkt: “Wat had ik ook alweer nodig”. Vervolgens bedenk je de stapjes. Het is niet handig om dwars door de supermarkt alle boodschappen in willekeurige volgorde in het karretje te gooien. Je start misschien op de groente- en fruit afdeling, om vervolgens door te lopen naar de zuivelafdeling en als laatste ga je langs de diepvriesproducten zodat die niet aan het ontdooien zijn voordat je hebt afgerekend. Nadat je dit plannetje gemaakt hebt, voer je het uit. En tot slot controleer je vlak voordat je bij de kassa bent, of alle benodigde boodschappen nu binnen zijn. Kom je erachter dat je de eieren vergeten bent, dan ga je nog even terug naar de zuivelafdeling. Ligt alles in je karretje, dan denk je: “Mooi, goed gedaan, alles voor het weekend is binnen”.

goed-gedaan
Figuur 1: Goed gedaan!

Zoals gezegd: deze zelfinstructie is iets wat iedereen dagelijks vanzelf doet. Maar er zijn leerlingen die hier wat minder sterk in zijn, geen plannetje maken voordat ze beginnen, niet de benodigde materialen klaarleggen, hun werk niet controleren, of zichzelf vergeten te belonen. In die gevallen kan het helpen om het stappenplannetje van de zelfinstructie aan te leren. Meichenbaum was de eerste die deze manier uitvoerig beschreef. Google je op zijn naam, dan kom je een hoop voorbeelden tegen. De zelfinstructie kan visueel ondersteund worden, bijvoorbeeld met “de beertjes van Meichenbaum”, of met de moderne varianten die op de website van Juf Linn staan. Maar nog beter is het om met de leerling zelf plaatjes uit te zoeken of zelf te maken om de visuele ondersteuning vorm te geven. Op die manier wordt de leerling zelf eigenaar van zijn leerproces. En dat is het uideindelijke doel: de stapjes van de zelfinstructie laten verinnerlijken. Liefst wil je dat de leerling de stapjes als vanzelf gaat uitvoeren, stil in het hoofd. Als je dat bereikt, zal een leerling deze meta-cognitieve vaardigheden ook bij een nieuwe of andere taak kunnen toepassen. Je hebt de leerling hiermee dus niet alleen de taak zelf aangeleerd, maar ook meta-cognitieve vaardigheden in het algemeen!

Modeling

De stapjes van de zelfinstructie leer je niet zomaar aan. Het is niet een kwestie van: ik plak de stapjes op zijn tafel en dan gaat hij ze uitvoeren. Een krachtige manier om dit te leren is via modeling. Modeling is leren door voordoen en nadoen.

spiegelneuronen
Figuur 2: Modeling bij apen                                                                                                                         bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Mirror_neuron

Neurowetenschappers hebben ontdekt dat leren via modeling plaatsvindt in het voorste gedeelte van de hersenen, met name voor taken waarbij motoriek een rol speelt. Deze experimenten zijn in eerste instantie gedaan bij apen, zoals in Figuur 2 te zien is. Daarbij is het volgende ontdekt: op het moment dat je kijkt naar iemand die een bepaalde taak uitvoert (zoals je tong uitsteken), worden bij jou de hersencellen actief die normaal gesproken horen bij het zelf doen van die activiteit (uitsteken van je tong). Dus in je hersenen wordt al gedaan alsof je zelf die taak uitvoert. Een soort generale repetitie voor als je het zelf gaat doen. Het is namelijk bekend, dat als bepaalde groepjes hersencellen steeds vaker samen actief zijn, ze steeds beter gaan samenwerken, en een taak steeds beter beheerst wordt. “What fires together, wires together” zegt men dan. Het aanleren van een taak begint dus bij het observeren van iemand die het voordoet, je hersencellen bereiden zich op dat moment voor op het zelf uitvoeren van de taak door alvast “alsof” te doen. Vervolgens ga je oefenen met de taak, totdat de benodigde hersencellen dusdanig goed samenwerken dat je de taak zelfstandig kunt uitvoeren.

De modeling wordt in een aantal fasen uitgevoerd, afhankelijk van de leerling, de taak en de situatie. Wel begint de modeling altijd met voordoen en de laatste fase is altijd zelfstandig doen. Een veelgebruikte vorm is een modeling van vijf stappen:

  1. voordoen en de stappen van de zelfinstructie hardop noemen
  2. samen doen en de stappen van de zelfinstructie hardop noemen
  3. zelf doen en de stappen van de zelfinstructie hardop noemen
  4. zelf doen en de stappen van de zelfinstructie fluisterend noemen
  5. zelf doen en de stappen van de zelfinstructie stil in het hoofd

Een aantal aandachtspunten bij het gebruik van deze techniek:

  • zorg dat de leerling het belang van de procedure begrijpt, en achter het doel staat;
  • bespreek de rol van de leerling in de verschillende fasen (fase 1: goed opletten, fase 2: meedoen, etc.)
  • als er in fase 3 t/m 5 een foutje gemaakt wordt, niet corrigeren, maar een fase terug gaan;
  • vanaf fase 2 wordt het belangrijk om aan te sluiten bij de eigen taal van de leerling; als er kleine dingen veranderen aan de zelfinstructie, is dat niet erg. Op die manier kan de leerling de taal makkelijker verinnerlijken tot interne spraak.

Verder lezen?

de website van Juf Linn

Meichenbaum, D. & Asarnow, J. (1979). Cognitive-behavioral modification and metacognitive development: Implications for the classroom. In P.C. Kendall & S.D. Hollon (Eds)., Cognitive-behavioral interventions: Theory, research and procedures (pp.11-31). New York: Academic Press.

Mooney, P., Ryan, J.B., Uhing, B.M., Reid, R., & Epstein, M. H. (2005) A review of self-management interventions targeting academic outcomes for student with emotional and behaviroal disorders. Journal of Behavioral Education, 14 (3), 203-221

Veenman, M.V.J. (2011). Learning to self-monitor and self-regulate. In R. Mayer & P.A. Alexander (Eds). Handbook of Research on Learning and Instruction. New York: Routledge

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s